De Romantiek is de periode van ongeveer 1770 tot 1880. Als
reactie op het rationalisme richt de romanticus zich meer op het gevoelsleven.
Het verstand is niet langer het uitgangspunt voor de kunst, maar juist het
gevoel en je fantasie. De romanticus zette zich af tegen het gewone leven en
kiest voor individualisme. Hij is niet gelukkig met de tijd waarin hij leeft en
het pessimisme is een belangrijk begrip voor hem.
Een kenmerk van de Romantische periode is vriendschap,
gevoel en liefde voor anderen. De vriendschap is in Max Havelaar het hele boek
door belangrijk. Droogstoppel probeert vrienden te blijven met de familie
stern. Max Havelaar probeert vrienden te blijven met de regent, met Van Brugge,
met de bevolking en met ieder ander mens om hem heen. Ook de romantische liefde
tussen Tine en Max wordt duidelijk beschreven in het boek.
Romantische personages zijn vaak ronddwalende met een groot
onvervulbaar verlangen, idealisten en wereldverbeteraars of lijders aan
weltschmerz, dit zie je terug in de hoofdpersoon Max Havelaar. Max Havelaar
leeft in voortdurende onvrede met de wereld en wil de wereld dan ook graag
verbeteren. Hij is een idealist en heeft het onvervulbare verlangen het leven
voor de inlanders te verbeteren. (Ook Multatuli zelf is een romanticus. Ook hij
heeft onvrede met de toestanden in Nederlands-Indië en wil dit graag
verbeteren.)
De zelfingenomen burger komt ook zelfs nog heel
nadrukkelijk naar voren in het boek. Batavus Droogstoppel is namelijk hét
voorbeeld van een zelfingenomenburger. In het boek wordt hij en zijn soort
mensen belachelijk gemaakt. Hierdoor komt nog een ander kenmerk van de romantiek
naar voren: de breuk met het classicisme. Door Droogstoppel belachelijk te maken,
maakt hij in feite ook het classicisme belachelijk. Hij breekt met het classicisme.
In de Romantiek kwamen mensen in opstand en waren ze niet blij met de tijd
waarin ze leefden (het classicisme). Max Havelaar kwam in opstand tegen de
situatie in Nederlands-Indië. Het boek is geschreven als protest tegen het
misbruik van het koloniale stelsel, in het boek zit een aanklacht tegen de
burgerlijke mentaliteit.
Vluchtgedrag is ook typischvoor de Romantische periode. In
Max Havelaar is niet het typische vluchtgedrag aan de orde, maar wordt er
vluchtgedrag in de vorm van taalgebruik getoond. Zijn ironie en sarcasme zijn
een mogelijkheid om te vluchten aan de werkelijkheid.
In het verhaal zijn een kort verhaal een meerdere gedichten
verweven. Ook dit is een typisch kenmerk voor de romantiek.
Toch is het boek ook te plaatsen in het Realisme. De
autobiografische achtergrond maakt het boek realistisch. Een groot deel van het
boek is de waarheid en hij probeert de realiteit zo goed mogelijk weer te
geven. Hij spreekt de lezer aan in het boek, bijvoorbeeld: ‘Welnu, lezer, aan
mijn onkreukbare liefde voor de waarheid, en aan mijn ijver voor de zaak hebt u
te danken dat deze bladzijden geschreven zijn. Ik zal u vertellen hoe dat is
gegaan’. Die techniek werd vaak gebruikt bij auteurs uit het Realisme, zodat ze
meer de werkelijkheid konden weergeven. En Max Havelaar is niet met de
dood bezig en hij vlucht niet weg in een droomwereld of naar verre landen, hij
vertoont dus geen duidelijk vluchtgedrag, wat typerend zou zijn voor de
Romantiek.
Uiteindelijk vind ik dat Max Havelaar representatief is voor
de Romantische literatuur, want er zijn meer romantische kenmerken, dan
realistische kenmerken.